


Waarom is een lesboek nodig? Leerlingen gebruiken een lesboek of –map om kennis te verwerven en om inzicht te krijgen. Lesboeken moeten goed gestructureerd zijn: het schrijven begint met het maken van een hoofdstuk- en paragraafindeling. Ook leggen auteur en uitgever in het begin vast met welke tekstelementen zij gaan werken: margewoorden, koppen en/of subkoppen of cursieve woorden.
Zappen. Er bestaan nog steeds mensen die vooraan in een boek beginnen te lezen en doorlezen tot het einde. Een steeds grotere groep ‘zapt’ echter door de stof heen, zoals je dat ook doet met een krant of een website. Cursisten willen op allerlei plaatsen in een boek kunnen in- en uitstappen. Naast de tekstelementen helpen een register en functionele illustraties hierbij.
Opgaven en opdrachten. Leren doe je door actief met de stof bezig te zijn. Opdrachten zetten de leerling aan het werk. Er zijn allerlei leuke, prikkelende en verrijkende werkvormen mogelijk: van discussievraag tot zelftoets, van case tot simulatie, een rollenspel of presentatie, een som of computeropdracht, schrijven of filmen. Door mijn lidmaatschap van NETOO ben ik steeds op de hoogte van de nieuwste mogelijkheden.
Gebruikersgroepen. Leermiddelen moeten aansluiten op de leeftijd, het niveau en de leefwereld van de gebruiker. Daarbij zoeken we steeds naar de juiste mate van specialisatie: het is kosteneffectief om gebruikersgroepen breed te definiëren maar het materiaal moet ook aansprekend zijn voor een bepaald type leerlingen.
Voorbeelden. Kijk voor voorbeelden van verschillende soorten opgaven en opdrachten voor hogere jaarsstudenten HEAO op www.marktonderzoek.wolters.nl
Download het overzicht van matrialen die ik ontwikkeld heb binnen mijn eigen bedrijf.